» medisch rekenen uitgelegd!
Medisch rekenen uitgelegd oplossingen;  
   
Vraag:   
27 Je hebt 15 ml lyorthol. Je moet een oplossing van 5 % (V/V) maken  
Hoeveel water voeg je toe?   
   
Uitleg:   
Je hebt 15 ml lyorthol   
Je moet een oplossing hebben waarin 5 % lyorthol zit.   
   
als je nou zegt dat 5 %, 15 ml van een vloeistof is.   
moet je uitvinden hoeveel water je erbij moet doen om 100 % te krijgen.   
dus 95 %   
   
Het is dan handig om eerst 1 % uit te rekenen   
15: 5 = 3   
1% = 3   
en dan uit te rekenen hoeveel water erbij de vloeistof moet;   
95% water moet erbij de oplossing   
dus 3 keer 95 = 285 ml water.   
Antwoord= 285 ml water   
Als je deze complete berkening erbij zet tijdens de toets heb je deze antwoord goed   
   
Verdunningen:   
Dit is net iets moeilijker om te doen   
   
vraag: 1 Je beschikt over waterstofperoxide 10 %. Je moet 50 ml 0.5% maken.  
a Hoeveel ml waterstofperoxide heb je nodig?  
   
Uitleg:   
Hier heb je een bepaalde formule voor   
Begin concentratie  = Eindhoeveelheid
Eind concentratie  = Beginhoeveelheid
   
Als je dit in je geheugen prent is het best eenvoudig:   
Van de som weet je drie dingen   
Begin concentratie = 10%   
Eindhoeveelheid = 50 ml   
Eind concentratie = 0,5 %   
   
Het enigste wat je nog moet weten is hoeveel beginhoeveelheid je nodig hebt.   
Dit doe je door een berekening:   
   
 Eindhoeveelheid gedeeld door begin concentratie  
 50 : 10 = 5  
10%   50
   
0,50%   het antwoord is 2,5 ml
 0,5 keer 5 = 2.5  
 Eindconcentratie keer het antwoord van de deling hierboven  
   
b met hoeveel ml water moet je dit verdunnen?  
   
uitleg   
je weet nu hoeveel vloeistof je hebt gemaakt, dat is 50 ml eindhoeveelheid, nou weet je ook al hoeveel waterstofperoxide je nodig hebt.   
die 50 ml oplossing is geen water   
je weet al wel dat je 2,5 ml waterstofperoxide aan het water hebt toegevoegd.   
dan moet je dus concluderen dat voordat je de waterstofperoxide had toegevoegd, je alleen water had   
dat is dus een kwestie van 50 ml oplossing - 2.5 ml waterstofperoxide = 47,5 ml water   
   
Infuus   
een aantal feiten:   
er zitten 20 druppels in 1 ml tenzij anders aangegeven.   
   
vraag:   
5 De heer Venzel heeft een longontsteking. Hij krijgt via een zij-infuus antibiotica. Je moet de oplossing   
 (100 ml) in 60 minuten laten inlopen.  
   
 Bereken de druppelsnelheid  
uitleg:   
Je weet dat 1ml, 20 druppels zijn.   
het is dan kwestie om 20 keer 100 te doen zodat je precies het aantal druppels weet dan in 60 minuten inloopt in het infuus.   
   
20 keer 100 = 2.000 druppels   
De druppelsnelheid word altijd per minuut gemeten.   
Nu je dat weet kun je gaan uitrekenen hoeveel druppels je per minuut hebt.   
2.000 druppels : 60 minuten =  33.3333333333 druppels per minuut. om   het wat duidelijker   
te maken zeg je dan dat er 33 a 34 druppels per minuut inlopen.   
Dat is het antwoord.   
   
Zuurstof   
vraag   
7 's Avonds gaat mevrouw Elferink bij haar dochter eten. Zij moet nog steeds 1. 5 liter zuurstof per minuut toegediend krijgen.  
 Zij krijgt een zuurstofcilinder van 2 liter mee, de manometer staat op 200 bar. Daarnaast heeft zij de beschikking over reservecilinder.  
a Hoeveel liter zit er in de cilinder?  
uitleg:   
 je zou nou gaan denken dat er 2 liter in zit, maar dat is niet zo.   
 Op een zuustoffles die dicht zit, is een bepaalde luchtdruk aangebracht zodat het lucht eruit kan lopen en niet er in blijft zitten.  
 Als je een fles hebt die open is, heb je een druk van 1 bar ( van 1 liter).   
 Heb je echter een zuurstofcilinder van 2 liter en een druk op dezelfde fles van 200 bar. Dan krijg je een fles met een inhoud van maar liefst 400 liter  
 Waarom?  
 Ga uit van de berekening: inhoud van de zuurstoffles= volume zuurstoffles keer het aantal bar  
 dus 2 liter volume keer 200 bar = 400 liter is het antwoord  
   
b Na hoeveel uur moet zij de reservecilinder aansluiten?  
uitleg   
 je hebt dus 400 liter zuurstof in de fles die je op dit moment hebt aangesloten. Mw, Elferink krijgt 1.5 liter zuurstof per minuut toegedient.  
 dan krijg je dus;  
 400 liter zuurstof : 1.5 liter zuurstof per minuut : 60 minuten (omdat je het aantal uur moet weten)  
   
 400 : 1,5 : 60 = 4,44 uur  
 Na 4,44 uur moet je een nieuwe cilinder aansluiten  
   
Medicatie   
Vraag   
1 De bloedsuikerwaarden van mw. Van Benthem zijn ontregeld. Je moet haar daarom 40 IE Actrapid toedienen.  
 Je hebt een injectieflacon Actrapid die 100 IE/ ml bevat (dit zijn dus 100 eenheden per 1 ml)  
   
a Hoeveel ml Actrapid geef je?  
   
 Je moet 40 eenheden spuiten, dat betekend dus dat je geen volledige flacon van 100 eenheden nodig hebt.  
   
 je berekend:  
 100 % is 1ml  
 1% = 0.01 ml  
 40% = dan 0.40ml  
   
B Later moet je haar 50 eenheden geven. Hoeveel ml geef je nu?  
   
 Simpel:  
 50% = dan 0.50 ml  

[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Laatst bewerkt op:

  • 3 juli 2007, 20:01

Reactie geven?

  • Mail naar: Marcel_boss@hotmail.com

Copyright 2002-2016